De Maatschappij van Weldadigheid heeft een even unieke als kleurrijke historie: de bevlogen generaal Johannes van den Bosch start in 1818, geheel naar eigen inzicht, een sociaal experiment met de oprichting van een ‘proefkolonie’. Van de twee miljoen inwoners van ons land, leeft destijds ruim 10% onder de armoedegrens. De mislukte oogsten van 1816 en 1817 maken het er niet beter op. Nog meer mensen krijgen het heel moeilijk. Onder de welgestelden vindt van den Bosch bijna 15.000 contribuanten die samen goed zijn voor zo’n 40.000 gulden per jaar. Daarnaast stromen nog diverse, soms zeer forse giften binnen. Er is voldoende draagvlak voor de verwezenlijking van het doel: verpauperde landgenoten een nieuwe basis van bestaan bieden binnen de bescherming van de landbouwkolonieën, om vervolgens kansrijk terug te keren in de normale maatschappij. Er wordt voorzien in werk, onderdak, onderwijs en zorg. De kale Drentse zandgronden worden ontgonnen en volgens vaste patronen paden en lanen aangelegd. Hieraan liggen op vaste afstand van elkaar de karakteristieke koloniewoningen, met daartussen faciliterende gebouwen die met elkaar een duidelijke hiërarchie en structuur laten zien. De grond wordt bewerkt, bossen aangeplant en er ontstaat een uniek leefgebied op de eerst zo woeste gronden. Alhoewel de belangrijkste zorg- en ontwikkelingsfuncties van weleer zijn opgeheven, beheert dezelfde Maatschappij van Weldadigheid nog steeds de natuur- en cultuurgronden en een deel van de gebouwen in het gebied rond Frederiksoord, Wilhelminaoord en Boschoord. Er bestaat een grote wens om dit bezit te behouden en te ontwikkelen. Want alleen een duurzaam beleid kan dit unieke stukje erfgoed veilig stellen voor de komende generaties. Zo ontstond het Kolonie Belvedereproject. Een ontwikkelingsplan dat qua vooruitstrevendheid niet onderdoet voor dat van Van den Bosch, maar geplaatst is in het perspectief van deze tijd met de blik gericht op de toekomst.

 

 

Klik hier voor meer historie...

 

 

 


Huis Westerbeek 1818.